De eerste stap is kijken naar het vermogen van je verwarmings- en airconditioningsinstallaties. Ligt dat boven de 290 kW, dan kan de verplichting van toepassing zijn. Vanaf 2030 wordt die grens verlaagd naar meer dan 70 kW, waardoor nog meer utiliteitsgebouwen ermee te maken krijgen.
In de praktijk is dat vermogen niet altijd eenvoudig vast te stellen. Meerdere toestellen kunnen samen één installatie vormen wanneer ze regeltechnisch aan elkaar gekoppeld zijn. In andere situaties worden verwarming en koeling juist afzonderlijk beoordeeld. “Daarom kijken we altijd naar hoe de installatie echt is opgebouwd en aangestuurd”, legt Tim uit. “Alleen wat vermogens bij elkaar optellen geeft niet altijd het juiste beeld.”
Ook de functie van het gebouw telt mee. De verplichting richt zich op utiliteitsgebouwen en kan dus ook gelden voor bijvoorbeeld fabriekshallen, werkplaatsen en laboratoria, zolang de installaties aan de voorwaarden voldoen.