Koen van den Hurk - clusterleider Beveiliging Zuidoost-Nederland

Koen van den Hurk

“Als je zelf ervoor gaat, is er zoveel mogelijk”

Koen van den Hurk maakt de volgende stap in zijn loopbaan bij Hoppenbrouwers Techniek en is clusterleider Beveiliging voor Zuidoost-Nederland. Hij geeft het regionale werken voor dit cluster verder vorm.

Je bent vanaf 2006 bij Hoppenbrouwers Techniek in dienst. Hoe kwam je er terecht?

“Het eerste contact ontstond al in 2001. Ik zat op de mts in Eindhoven (het toenmalige Technisch Lyceum Eindhoven) en deed een project inbraakbeveiliging. Samen met Raymond Willems. Hij werkte naast zijn studie al bij Hoppenbrouwers (en inmiddels al jaren weer). Mijn interesse in Hoppenbrouwers was gewekt! Ik studeerde echter verder aan Avans Hogeschool (Industriële Automatisering). Tijdens een bedrijvenmiddag bij Avans was Hoppenbrouwers er ook. Toen wist ik het zeker: bij dit bedrijf wil ik stagelopen en afstuderen. Vervolgens ben ik gebleven.”

Wat was je eerste project?

“Dat is de certificering van Brandbeveiliging binnen Hoppenbrouwers; mijn afstudeerproject vanuit Industriële Automatisering. Eigenlijk had het helemaal niets met mijn opleiding te maken maar ik wist de examencommissie te overtuigen en kreeg goedkeuring voor deze opdracht. Hoppenbrouwers moest zich certificeren om zowel het onderhoud als de inbedrijfstelling van brandbeveiligingsinstallaties te mogen doen. Brandbeveiliging binnen Hoppenbrouwers is hierdoor dus echt mijn kindje geworden.”

Hoe verliep je loopbaan binnen Hoppenbrouwers tot nu toe?

“Na mijn studie wilde ik eerst graag de praktijk in om de projecten buiten goed te leren kennen. In die periode heb ik zoveel geleerd. Dat adviseer ik iedereen: doe eerst ervaring op in de praktijk. Dan weet je waar je over praat als je de werkvoorbereiding van een project doet. Je snapt wat de jongens nodig hebben. Tijdens het project Stapelen in Boxtel nam ik steeds meer werkvoorbereidingstaken op me. Dat project was de omslag naar een functie binnen maar wél met de ervaring van buiten op zak. Van werkvoorbereider groeide ik in de rol van projectleider. Vervolgens heb ik me kunnen ontwikkelen binnen het specialisme Brandbeveiliging. De laatste jaren was ik ook verantwoordelijk voor service en onderhoud.”

Heb je ooit de neiging gehad om elders te gaan kijken?

“Nooit! Ik heb me binnen het bedrijf altijd verder kunnen ontwikkelen, zoals ik nu weer de volgende stap mag maken naar clusterleider Beveiliging Zuidoost-Nederland. Ik was daar wel aan toe. In mijn rol als projectleider zag ik dat de jongens in mijn team zich voortdurend ontwikkelden en mijn taken over namen. Ik kreeg zelf ook zin in iets nieuws. Het ging iets teveel op de automatische piloot.”

Hoe heb je dat aangepakt?

“Door gesprekken met Corné de Meijer (adjunct-directeur) en Ellen Vermeer (directeur personeel en organisatie) werd mij steeds helderder waar ik behoefte aan had. Ik begeleidde op dat moment al een projectcoördinator met als doel Beveiliging in Deurne op te starten en hielp de jongens op de vestiging in Best. Eigenlijk was ik al regionaal aan het werk. Daar wilde ik mee verder. Vervolgens heb ik een plan geschreven om het cluster Beveiliging regionaal op te pakken in plaats vanuit iedere vestiging afzonderlijk. Als we als regio denken, kunnen we veel lokaler werken, maar wél met de kracht van een grote organisatie. Mijn plan sloot aan bij het strategisch plan van Henny de Haas en daarmee van Hoppenbrouwers waarbij we meer vestigingoverstijgend werken om zo klanten beter en sneller van dienst te zijn, ongeacht hun vestigingsplaats. Service en onderhoud concentreren we in de regio.”

Hoe ervaar je deze overstap?

“Het geeft een boost aan energie! Ik ben zélf weer aan het leren, onder andere om nog meer te werken vanuit een helicopterview. Dat zet nieuwe radartjes aan het werk. Mijn enthousiasme is opgepoetst. Als ik thuis een momentje niets te doen heb, klap ik mijn laptop weer open en werk verder aan het plan voor het cluster Beveiliging. Ik ben meer met de organisatie bezig en minder met techniek. En doordat ik nu stappen maak, ontstaat er ook weer ruimte voor de groei van anderen.”

Tot slot, wat vinden ze thuis van jouw enthousiasme voor je werk?

“Thuis zijn ze trots op de stappen die ik maak, dat vinden ze gaaf! Mijn zoon (14) en dochter (11) krijgen hierdoor mee dat als je zelf iets wilt en ergens voor gaat, er altijd mogelijkheden zijn om jezelf te ontwikkelen. Ik hoop hierdoor een voorbeeld voor hen en wellicht voor anderen te kunnen zijn.”