De familie achter het bedrijf

De familie achter het bedrijf

Aan de keukentafel bij familie de Haas

Bij familie De Haas is Hoppenbrouwers een gemakkelijk gespreksonderwerp aan de keukentafel. Dat is overigens vooral pas iets van de laatste jaren. Als de vier kinderen van Henny en Toos de Haas nog klein zijn, krijgen ze niet zoveel van Hoppenbrouwers mee. “Want Henny had altijd tijd voor hen”, verklaart Toos.

Hardop herinneringen ophalen

Tom: “Wat ik me herinner is  dat ik tv mocht kijken tijdens een open dag van Hoppenbrouwers. Ergens boven in het gebouw. Grappig genoeg is dat vlak bij de plek waar nu mijn bureau staat. Maar de echte interesse in het bedrijf is pas later ontstaan. Toen ik wat ouder werd. Tot die tijd heb je geen besef van hoe alles zit. Hoppenbrouwers hoorde en hoort er gewoon bij. We zijn ermee opgegroeid.”

Toos: “Ik heb Henny de ruimte gegeven om zijn ding te kunnen doen. Dat heeft me nooit moeite gekost. Ik pluk er zelf ook de vruchten van. Ook de kinderen hadden er geen last van. Hij maakte altijd tijd voor ze. Weekend was weekend, voor Henny. Dan ging hij met ze fietsen, of mee naar de voetbal. En jarenlang op zaterdagmiddag, vaste prik om 15.00 uur, met hen naar het zwembad.”

Moniek: “Als er sneeuw lag, dan was het helemaal geweldig. Dan reden we naar de vennen. Pap bond dan de slee achter de auto. Zoveel pret.”

Thijs: “Wij gingen vaak naar het speelveldje tussen de bomen, tegenover ons huis. Urenlang buskruiten.”

Toos: “Met een club moeders uit de wijk hebben we ervoor gezorgd dat, dat veld er is gekomen. Daar liggen mooie herinneringen.”

Hardop dromen, dat moet je durven

Inmiddels zijn Moniek, Tom, Ruud en Thijs de speeltuin al jaren ontgroeid. Hoewel, ze vinden het nog altijd leuk om er te zijn. Het spelen in de speeltuin heeft plaats gemaakt voor studie en werk. Wel of niet in het familiebedrijf? Dat is dan de vraag die zich opdringt.

Henny: “Thuis maak ik geen negatieve reclame over Hoppenbrouwers. Ik ben heel open over alles. Tot de cijfers aan toe. Maar het is hún leven. Ieder heeft de ruimte om te gaan doen wat ‘ie leuk vindt. Zo ben ik zelf ook opgevoed. Ik wilde graag elektricien worden. Dus werd het lts in plaats van koeien melken. Je moet je eigen pad volgen; er is geen goed of fout pad.”

Tom: “Over het werken in het familiebedrijf zijn de meningen nogal verdeeld. Je hebt een groep mensen die vindt dat je eerst ervaring moet opdoen buiten het bedrijf. De andere groep vindt dat je zo snel mogelijk in het bedrijf moet starten. Voor mij was het niet zo moeilijk. Het liefst houd ik me 100% van de tijd bezig met het verbeteren van bedrijfsprocessen. Er zijn nog maar weinig bedrijven waar dat kan. Bij Hoppenbrouwers Techniek kan dat wel. Mijn passie is om het verbetermotortje bij iedereen aan te slingeren. Daarom ben ik al vrij snel naast mijn studie bij Hoppenbrouwers gaan werken. Ik zit niet vast aan een plek maar ben steeds ergens anders in het bedrijf bezig. Net zo goed in Deurne als in Dongen of Best, in Heesch of in Nijmegen. En natuurlijk ook in Udenhout. Ik heb de kans om veel van het bedrijf te zien.”

Ruud: “Ik heb eerst ervaring opgedaan buiten Hoppenbrouwers. Op dit moment doe ik een Traineeship Werktuigbouwkunde bij Hoppenbrouwers. Eén ding wil ik niet: gezien worden als het zoontje van de baas. Ik wil beoordeeld worden op wie ik ben en wat ik kan.”

Thijs: “Ik vind het hartstikke leuk om in de avondploeg in Udenhout te werken. Zo doe ik heel veel praktijkervaring op. Tot nu toe zat ik alleen maar met mijn neus in de boeken op het vmbo, de havo en nu op het hbo mechatronica. Ik ben er best trots op dat Hoppenbrouwers zo is gegroeid.”

Moniek: “Mijn droom ligt niet in het bedrijf maar in de kinderopvang. En die droom is uitgekomen.”

Toos: “Dat is mijn droom. Dat mijn kinderen als zelfstandige mensen in goede gezondheid hun eigen keuzes kunnen maken.”

Henny: “Als mensen het naar hun zin hebben, is dat het mooiste wat er is. Daarbij mag je best hardop dromen over waar je heen wilt groeien. Het is vaak valse bescheidenheid om een droom niet te delen. Mijn ervaring is dat het gemakkelijker wordt als je je droom wel deelt. En maak het verder niet bijzonderder dan dat het is. Je bent familie. Dat zorgt voor eigenaarschap, maar verder gewoon jezelf zijn.”